Engels voor studie en reizen

  • Praktisch Engels dat je kunt gebruiken op school, in sociale situaties en tijdens het reizen.

  • Grammatica, woordenschat, uitspraak en de vier vaardigheden: lezen, luisteren, spreken en schrijven.

  • Een goede voorbereiding op universitaire examens zoals het IELTS-examen, het TOEFL-examen en de Cambridge B2 First- en C1 Advanced-examens.

  • Gegeven met moderne communicatieve methoden, gebaseerd op de evidence-based natural approach.

  • Face-to-face lessen in kleine groepen van 6 tot 8 cursisten, voor €375 per persoon.

BEGINNER NIVEAU / A1A2

Voor beginners en valse beginners die eenvoudig, praktisch toepasbaar Engels nodig hebben voor school, reizen en het dagelijks leven.

Spreek- en luistervaardigheden richten zich op praktische taken zoals inchecken, koffie kopen, kleding kopen, de weg vragen, een maaltijd bestellen en naar de luchthaven gaan.

De woordenschat omvat getallen, landen, taal voor in de klas, beroepen, familie, dagelijkse routine, het weer, eten en drinken, plaatsen, vakanties, boeken en films.

De grammatica bouwt op van be, voornaamwoorden, bezittelijke vormen, gebiedende wijs, present simple en present continuous, can/can't, past simple, there is/there are, telbare en ontelbare zelfstandige naamwoorden, vergelijkingen, be going to, bijwoorden en present perfect.

ELEMENTAIR NIVEAU / A2B1

Voor cursisten die de stap zetten van basisengels naar zelfverzekerdere dagelijkse communicatie. Ook wel bekend als het 'pre-intermedaire' niveau.

Spreek- en luistervaardigheden blijven praktisch door taken zoals de receptie bellen, uit eten gaan, iets terugbrengen naar een winkel, naar de apotheek gaan, de weg vragen en telefoneren

De woordenschat omvat relaties, kleding, vakanties, luchthavens, restaurants, huishoudelijke taken, winkelen, gezondheid, werk, school, sport, biografieën, dieren, routebeschrijvingen en ongebruikelijke beroepen.

De grammatica ontwikkelt zich via vraagvormen, vertellen in de tegenwoordige en verleden tijd, toekomstplannen, present perfect, something/anything/nothing, vergrotende en overtreffende trappen, kwantoren, infinitieven en gerunds, have to/must/should, de eerste en tweede voorwaardelijke wijs, passieve vormen, used to, might, past perfect en indirecte rede.

HALFGEVORDERD NIVEAU / B1B2

Voor zelfstandige cursisten die natuurlijker en vloeiender willen spreken in sociale, reis- en studiecontexten. Ook wel bekend als het 'intermediaire' niveau.

Spreek- en luistervaardigheden richten zich op praktische interactie, zoals reageren op wat mensen zeggen, meningen geven, suggesties doen, toestemming vragen en indirecte vragen gebruiken.

De woordenschat omvat eten, geld, vervoer, familie, telefoontaal, sport, relaties, film, onderwijs, huisvesting, werk, winkelen, technologie en criminaliteit.

De grammatica behandelt tegenwoordige en toekomstige tijdsvormen, present perfect simple en present perfect continuous, lidwoorden, modale werkwoorden voor verplichting en vermogen, verleden tijden, passieve vormen, modale werkwoorden voor afleiding, de eerste, tweede en derde voorwaardelijke wijs, gerunds en infinitieven, indirecte rede, kwantoren, betrekkelijke bijzinnen en vraagstaartjes.

GEVORDERD NIVEAU / B2C1

Voor cursisten op een hoger niveau die zelfverzekerder en flexibeler Engels nodig hebben voor discussies, het delen van meningen en communicatie in de echte wereld.

Spreek- en luistervaardigheden blijven sterk praktisch gericht door middel van Colloquial English-lessen en luisteractiviteiten over onderwerpen zoals medische noodgevallen, spannende reizen, bungeejumpen, spijt, ruzies, criminaliteit, steden en wetenschap.

De woordenschat breidt zich uit naar sollicitatiegesprekken, persoonlijkheid, gezondheid, mode, vliegreizen, het milieu, gevoelens, slaap, muziek, criminaliteit, media, bedrijfsleven, steden en wetenschap.

De grammatica omvat vraagvorming, present perfect simple en present perfect continuous, volgorde van bijvoeglijke naamwoorden, verhalende tijden, future perfect en future continuous, voorwaardelijke zinnen, wish, used to / be used to / get used to, gerunds en infinitieven, modale werkwoorden in de verleden tijd, passieve vormen, werkwoorden voor indirecte rede, bijzinnen van tegenstelling en doel, kwantoren en lidwoorden.

VERGEVORDERD NIVEAU / C1C2

Voor zeer gevorderde cursisten die nauwkeurig en genuanceerd Engels willen gebruiken voor professionele, academische en sociale communicatie op hoog niveau.

Spreek- en luistervaardigheden gebruiken verfijnde maar praktische thema's via Colloquial English en luisteractiviteiten over onderwerpen zoals vroegste herinneringen, gedenkwaardige data, stress, verslaving, installatiekunst, moeilijke reizen en vegetarisme.

De woordenschat omvat persoonlijkheid, werk, geheugen, conflict, boeken en films, geluid, tijd, geld, technologie, kunst, gezondheid, reizen, dieren, eten en woorden die vaak met elkaar worden verward.

De grammatica omvat lexicaal versus grammaticaal have, discourse markers, gewoonten in het verleden versus specifieke gebeurtenissen, inversie, speculatie en afleiding, gebruik van de onwerkelijke verleden tijd, verb + object + infinitive/gerund, voorwaardelijke zinnen, toestemming / verplichting / noodzaak, gevorderde gerunds en infinitieven, ellips, betrekkelijke bijzinnen en cleft sentences.